Ons eerste elftal, op de foto na het behalen van de titel, kan zich opmaken voor lange reizen, want slechts drie van de dertien tegenstanders in het komend seizoen komen uit onze eigen regio; EBOH, VVGZ en IFC. De KNVB heeft GSC/ODS 1 ingedeeld in de ‘Zeeuwse’ tweede klasse E, waar ook nog twee Brabantse teams bij zitten, te weten Halsteren en MOC’17 uit Bergen op Zoom. De overige acht opponenten komen uit Zeeland en daarvan zijn Zierikzee (op Schouwen-Duiveland) en Yerseke (Zuid-Beveland) de dichtsbijzijnde. De overige zes liggen op een reistijd van een kleine twee uur van ons verwijderd. Het gaat om Terneuzen, Terneuzense Boys (beiden in Zeeuws-Vlaanderen) en vier clubs van het eiland Walcheren: Arnemuiden, het Oostkapelse SVDO’22, het Vlissingse SV Walcheren en Luctur uit Heinkenszand.

Of deze indeling sportief aantrekkelijk is is al ernstig de vraag, want er zitten op papier een paar pittige (fusie)clubs bij. In financiële zin is ronduit sprake van een drama. Los van de forse reiskosten moet onze penningmeester ook vrezen voor lagere kantine-inkomsten, omdat de de aanhang van de tegenstanders waarschijnlijk net zo opziet tegen een lange reis naar Dordt als andersom. Ook voor de neutrale Dordtse kijker zijn wedstrijden tegen (relatief) onbekende clubs geen aantrekkelijk affiche. Zeer teleurstellend, want naast EBOH, VVGZ, IFC en GSC/ODS zijn er in onze regio tal van andere tweedeklassers en die hebben het qua indeling aanzienlijk beter getroffen. Om positief te besluiten zullen we het er maar op houden dat ons eerste elftal van menige uitwedstrijd een lekker dag uit uit kan maken.